VLA maakt zich sterk voor meer ambitieuze BENG-richtlijnen. De huidig voorgestelde eisen zijn namelijk te laag om de boogde klimaatdoelstelling van Parijs de realiseren. Vroeg of laat komt de noodzaak om gebouwen te beoordelen op het werkelijk energieverbruik. Wanneer blijkt dat de normen en methodieken niet de gewenste resultaten geven, heeft dit grote praktische, maatschappelijke en politieke impact. Stevige maar wel realistische eisen zijn noodzakelijk om stappen te zetten naar een duurzame toekomst, om zo het probleem niet door te schuiven naar de toekomstige generaties. VLA pleit daarom voor een hogere ambitie rondom BENG. Dit betekent verscherping van de BENG-richtlijnen, hanteren van de Europese PEF-eisen en het ontwikkelen van normen.

Verscherping BENG-richtlijnen
De VLA constateert uit de BENG-kostenoptimalisatiestudie dat de voorgestelde BENG-richtlijnen (2019) – onvoldoende onderbouwd – te sterk versoepeld zijn ten opzichte van de in 2015 gepubliceerde eisen. Het is van essentieel belang dat de overheid een goed ambitieniveau vastlegt. VLA pleit daarom voor aanscherping van de BENG1-indicator (energiebehoefte gebouw) woningbouw naar 40 kWh/m²/jaar. Daarnaast is aanscherping nodig van de BENG2-indicator, zodat deze eis minstens gelijkwaardig is aan het primair fossiel energiegebruik behorende tot het huidige energieprestatiecoëfficiënt van 0,4.

Hanteren van Europese PEF
De NTA8800 is de berekeningsmethode voor de energieprestatie van gebouwen. Onderdeel van deze methode is de Primaire Energiefactor Elektriciteit (PEF). De PEF is in de NTA8800 vastgesteld op 1.45 (rendement op elektriciteitsopwekking van 69%), gebaseerd op een prognose voor januari 2020. De huidige PEF bedraagt 2,56 (rendement op elektriciteitsopwekking van 39%). Het is feitelijk onmogelijk om het rendement op elektriciteitsopwekking van 39% naar 69% te verhogen binnen 11 maanden. Dit zal ertoe leiden dat in de praktijk de toepassing van niet duurzame elektrische installaties in de gebouwde omgeving significant sneller toeneemt dan de productie van hernieuwbare elektriciteit, met meer CO2-uitstoot tot gevolg. De Europese forfaitaire PEF bedraagt 2,1 en staat dichter bij de fysische werkelijkheid in Nederland. VLA pleit met deze reden voor het hanteren van de Europese forfaitaire Primaire Energiefactor Elektriciteit, als alternatief voor de PEF van 1.45.

Ontwikkeling normen
VLA vindt het zorgelijk dat er normen en methodieken (BENG, NTA8800) worden opgesteld met politieke kaders die niet berusten op de fysische werkelijkheid. Bij het ontwerp van gebouwen en installaties gaan deze normen leiden tot sub-optimalisaties met als onvermijdelijk resultaat dat in de nabije toekomst de gewenste energieprestaties niet gerealiseerd gaan worden. Met deze reden pleit VLA voor ontwikkeling van methoden om gebouwen te beoordelen op werkelijke energieprestaties en het verplicht monitoren van werkelijke energieprestaties van gebouwen.